werken

22.01.2009

'Verandering is de enige constante in architectuur!'

De commerciële aanpak van projectontwikkelaars is niet altijd te verenigen met de ideële gedachten van architecten. Echter, een vruchtbare samenwerking tussen beide partijen kan plannen wel degelijk tot een hoger niveau brengen. Dit blijkt uit het verhaal dat Mariet Schoenmakers, directeur van AM Concepts, en bOb van Reeth, stedenbouwkundig architect, samen neerzetten tijdens het rondetafelgesprek in het NAi.

Positie bepalen
Mariet Schoenmakers concentreerde zich in haar statement op enkele moeilijkheden binnen het architectenvak. Ze stelde onder andere dat de stad het product is van continue verandering, waar het afbakenen van grenzen noodzakelijk is voorafgaand aan de ontwikkeling van nieuwe plannen. ‘Maar,’ voegde ze daaraan toe, ‘waar tegelijk het spontaan in gebruik nemen juist de kern is van stedelijkheid.’ Het is aan de architect om binnen dit spanningsveld een positie in te nemen wanneer het gaat over de transformatie van de stad.

Ook lijkt architectuur door haar permanente karakter – gevat in steen en locatiegebonden – weinig ruimte te laten voor verandering. Maar volgens Schoenmakers kan juist architectuur als sterk middel ingezet worden om een transformatieproces in de stad op gang te brengen. Om dit te bewerkstelligen moet een architect het stedelijke leven observeren en tot de essentie van de plek zien te komen.

Als derde tegenstrijdigheid wees Schoenmakers op de historie van een plek, die volgens haar vooral een mentale constructie is. Toch moet de architect een bewuste houding aannemen ten opzichte van de geschiedenis om trefzeker iets nieuws toe te kunnen voegen aan de bestaande stad. ‘Bij elk gebouw is het verhaal van het ontstaan net zo van belang als de fysieke verschijning,’ aldus Schoenmakers.

Behouden koers
bOb van Reeth reageerde opvallend behouden op Schoenmakers’ statement. Bijzonder achtte hij: ‘het gevoel dat ik mag meedoen met geschiedenis’. Er is nooit sprake van een wit blad. Hoe moeilijker de context is, des te beter lukt het om een antwoord te vinden. Men moet een locatie eerst ‘voelen’ en ontdekken. Het programma en de ontwerpuitgangspunten moeten volgens hem niet te vroeg vastgelegd worden in ontwerpen. Schoenmakers vulde instemmend aan dat het belangrijk is wanneer de opdrachtgever zwijgt; door níet meteen de eigen agenda bloot te leggen, blijft er voor ontwerpers ruimte voor innovativiteit.

Volgens Van Reeth moet men niet elke keer alles uit de kast willen halen. Er is een wezenlijk verschil tussen het ontwerpen van primaire urbane elementen en ‘banaliteiten’ als woningen. Ten eerste is architectuur niet van de architect, maar voor de opdrachtgever én de gebruikers. En ten tweede kan architectuur ingezet worden om iets te veranderen, zoals Schoenmakers ook zei, maar meestal moet er ‘slechts’ voortgebouwd worden op wat er al is. In de meeste gevallen moeten onderzoek, analyse en ontwerp daarom hand in hand gaan met elkaar.

Typerend voor zijn ontwerphouding was het antwoord van Van Reeth op de afsluitende vraag van Linda Vlassenrood, de moderator van het gesprek: ‘wat moet architectuur doen?’ Hij reageerde hier resoluut op door te stellen dat men op moet houden te denken in functies. ‘Een woning hoeft er niet als woning uit te zien.’ Het is aan de gebruikers om de levensloop van een gebouw nader te bepalen. Het programma van eisen mag niet als leidraad dienen in het ontwerpproces. De enige constante bij het maken van architectuur is het gegeven dat verandering altijd op de loer ligt.


Lees ook het verslag op Archined geschreven door Tim de Boer.


bOb van Reeth is Vlaams architect en urbanist met internationale reputatie, hij is ondermeer bekend van het huis Van Roosmalen, het Zuiderterras en de wederaanleg van de Groenplaats in Antwerpen, het Koning Boudewijn-stadion in Brussel en het Java-eiland in Amsterdam. In 1972 richtte hij de Architectenwerkgroep "AWG" op. Hij is o.a. als hoogleraar verbonden aan de TU Delft en was enkele jaren Vlaams Bouwmeester. Sinds 2007 is bOb van Reeth Supervisor “Zuidas” voor de gemeente Amsterdam tot 2010.

Mariet Schoenmakers is directeur AM Concepts. Na haar studie Bouwkunde aan de TU Delft werkte zij als stedenbouwkundige achtereenvolgens bij de gemeenten Rotterdam, Groningen en Utrecht. In 1993 werd ze bij projectontwikkelaar MAB hoofd van de Conceptgroep. Zij was tevens directeur Stedenbouw van de Dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting in Rotterdam. Mariet Schoenmakers was kroonlid van de Raad voor Cultuur en lid van de subcommissie Bouwkunst van het Fonds voor Beeldende Kunst en Vormgeving. Vanaf de zomer van 2005 is zij voorzitter van het bestuur van het Stimuleringsfonds voor Architectuur.